ECLI:NL:RBSGR:2005:AU9337
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing persoonsgebonden budget als inkomen uit werk en woning
Eiser ontving in 2002 een persoonsgebonden budget (PGB) voor de zorg aan zijn echtgenote, bestaande uit een direct uitbetaald bedrag en trekkingsrechten. Eiser en zijn echtgenote sloten een zorgovereenkomst waarbij eiser zorg verleende en daarvoor werd betaald uit het PGB. De Belastingdienst legde een aanslag op waarin deze betalingen werden meegerekend als belastbaar inkomen uit werk en woning.
Eiser maakte bezwaar tegen deze aanslag, stellende dat de betalingen niet als belastbaar inkomen moesten worden beschouwd of dat kosten in aftrek konden worden gebracht. De rechtbank stelde vast dat de werkzaamheden van eiser de gebruikelijke hulp tussen echtgenoten overstegen en in het economische verkeer werden verricht. Daarom kwalificeerden de ontvangen bedragen als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden volgens artikel 3.94 Wet inkomstenbelasting 2001.
De rechtbank erkende dat eiser kosten had gemaakt voor autokosten, werkkleding, telefoon en administratie, maar vond dat deze niet volledig waren onderbouwd. Daarom werd een forfaitair bedrag van €700 in aftrek gebracht. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van €40.104.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak en veroordeelde de Staat der Nederlanden tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep en cassatie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert het belastbare inkomen tot €40.104 met aftrek van kosten.