ECLI:NL:RBSGR:2005:AU9558
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing herhaalde aanvraag verblijfsvergunning Liberiaanse nationaliteit
Eiser, van Liberiaanse nationaliteit, diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning. De aanvraag werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een nieuwe beoordeling rechtvaardigden. De rechtbank oordeelde dat de nationaliteitsverklaring van eiser weliswaar een nieuw bewijsstuk was, maar dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat eiser geen verblijfsvergunning kon krijgen.
De rechtbank stelde vast dat het eerdere beroep ongegrond was verklaard op het primaire standpunt dat eiser zijn nationaliteit en identiteit niet aannemelijk had gemaakt, waardoor het subsidiaire standpunt niet eerder effectief aan de rechter was voorgelegd. De rechtbank beoordeelde de zaak inhoudelijk en concludeerde dat verweerder binnen zijn beoordelingsmarge bleef bij de afwijzing.
De situatie in Liberia werd door eiser aangevoerd als reden voor asiel, met verwijzingen naar internationale persberichten en rapporten. De rechtbank respecteerde de ruime beoordelingsmarge van verweerder en vond dat het bestreden besluit stand hield. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde aanvraag verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.