ECLI:NL:RBSGR:2006:AV0548
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek continuering opvang vreemdeling buiten Rva-categorieën
Eiseres, een vreemdeling van Azerbeidzjaanse nationaliteit, verzocht het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) om continuering van verstrekkingen. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiseres niet viel onder de categorieën van artikel 3 van Pro de Regeling opvang asielzoekers (Rva) 2005. Het Project Terugkeer, gericht op uitgeprocedeerde asielzoekers, genereert geen recht op opvang zoals bedoeld in de Rva.
Eiseres voerde aan dat zij en haar gezin buiten hun schuld niet konden vertrekken vanwege het ontbreken van reisdocumenten en dat haar verblijfsaanvraag op grond van het verblijfsrecht als vreemdeling die buiten haar schuld niet kan vertrekken, recht op opvang zou moeten geven. De rechtbank oordeelde dat deze aanvraag geen aanspraak op opvang door het COA geeft en dat het COA bevoegd is de opvang te beëindigen.
Verder stelde eiseres dat bij de beëindiging van de opvang onvoldoende rekening was gehouden met internationale verdragsbepalingen zoals het IVESCR, IVRK en EVRM. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en oordeelde dat deze verdragsbepalingen geen direct toepasbare rechten voor eiseres opleveren die het besluit zouden kunnen wijzigen.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd ten aanzien van het beroep tegen de brief van het COA die geen besluit in de zin van de Wet COA vormt, wees het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om opvang af en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiseres en haar kinderen kunnen derhalve niet rekenen op voortzetting van de opvang door het COA.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot continuering van de opvang wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.