ECLI:NL:RBSGR:2006:AV3692
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H.M. van de Ven
- C. Klomp
- J. Recourt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van hoorplicht bij weigering machtiging voorlopig verblijf
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, vroeg om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar ouders in Nederland te verblijven. De aanvraag werd door verweerder afgewezen, waarna zij bezwaar en beroep instelde. Tijdens de bezwaarprocedure werd alleen de referent, haar vader, gehoord, niet eiseres zelf, ondanks haar verzoek daartoe.
De rechtbank stelde vast dat volgens artikel 7:2 Awb Pro belanghebbenden recht hebben op een hoorzitting en dat de uitzonderingen in artikel 7:3 Awb Pro limitatief zijn. Het beleid in de Vreemdelingencirculaire 2000, dat het horen van de aanvrager kan worden overgeslagen, is in strijd met deze wettelijke bepalingen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres als belanghebbende niet is gehoord terwijl zij dit expliciet had verzocht, waardoor het besluit onrechtmatig is genomen. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd.