ECLI:NL:RBSGR:2006:AV7573
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Peper
- P.E.M. Messer Dinnissen
- O.A.P. van der Roest
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken nieuw gebleken feiten of omstandigheden in Somaliezaken
Eiser, een Somalische asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning regulier en asiel, welke door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) werden afgewezen. De rechtbank beoordeelde of er sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden sinds eerdere beslissingen. Eiser stelde dat de situatie in Somalië, met name voor minderheidsgroepen zoals de Bajuni, was verslechterd en dat hij daardoor risico liep op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken inzake Somalië van november 2004 als deskundigenadvies kon worden beschouwd en dat de informatie daarin grotendeels overeenkwam met door eiser overgelegde stukken. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de situatie in de relatief veilige gebieden van Somalië zodanig was gewijzigd dat het eerdere besluit niet langer kon worden gehandhaafd.
Verder stelde de rechtbank dat de door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) afgekondigde interim measures geen nieuwe feiten of omstandigheden vormden, maar gewijzigde jurisprudentie. Het individualiseringsvereiste bleef van toepassing, en eiser had geen persoonlijke omstandigheden aangetoond die een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen categoriaal beschermingsbeleid voerde ten tijde van het besluit en dat het latere beleid niet gebaseerd was op nieuwe feiten die het eerdere besluit zouden ondermijnen. De beroepen werden ongegrond verklaard en het verzoek om een verblijfsvergunning werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de aanvraag van eiser af wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.