ECLI:NL:RBSGR:2006:AX6728
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering toepassing artikel 1F VSV
Eiser, een Afghaanse staatsburger, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning die werd afgewezen op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat hij ervan werd verdacht betrokken te zijn bij ernstige misdrijven. Eiser stelde zich op het standpunt dat een brief van het Landelijk Parket, waarin werd meegedeeld dat geen strafvervolging zou worden ingesteld, aanleiding gaf tot heroverweging van het besluit.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van het Landelijk Parket niet zonder meer kon worden genegeerd en dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom ondanks deze verklaring werd vastgehouden aan de toepassing van artikel 1F. De rechtbank benadrukte dat de minister een onderzoeksplicht heeft en dat de enkele verwijzing naar het verschil tussen strafrechtelijke en bestuursrechtelijke bewijscriteria onvoldoende is.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd de minister opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de verklaring van het Landelijk Parket zorgvuldig moet worden betrokken. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen.