ECLI:NL:RBSGR:2006:AX6752
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten bij gegrondverklaring bezwaar tegen niet-tijdig beslissen
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. Verweerder verklaarde het bezwaar gegrond, maar weigerde proceskostenvergoeding toe te kennen. De rechtbank constateert dat er een verschil van inzicht bestaat tussen de Afdeling bestuursrechtspraak en de Centrale Raad van Beroep over de vergoeding van kosten bij bezwaar tegen niet-tijdig beslissen.
De rechtbank volgt de meest recente uitleg van de Centrale Raad, die stelt dat de kosten van het bezwaar in dergelijke gevallen wel vergoed moeten worden. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser, begroot op €362,25, te betalen door de Staat der Nederlanden.
Daarnaast wijst de rechtbank de Staat aan voor vergoeding van het griffierecht. De uitspraak bevestigt dat de vergoeding van proceskosten ook geldt bij gegrondverklaring van bezwaar tegen niet-tijdig beslissen, ondanks eerdere jurisprudentie van de Afdeling die dit uitsloot.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser wegens gegrondverklaring van het bezwaar tegen niet tijdig beslissen.