ECLI:NL:RBSGR:2006:AX9247
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van ‘t Laar
- Rechtspraak.nl
Vaststelling strijd mvv-vereiste met artikel 8 EVRM bij medische noodsituatie en toepassing hardheidsclausule
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling met ernstige psychiatrische aandoeningen, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), stellende dat eiser medisch gezien in staat was naar Marokko te reizen en zich daar staande kon houden.
De rechtbank oordeelt dat het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) waarop verweerder zich baseert, niet volledig rekening houdt met de feitelijke omstandigheden, zoals de onmogelijkheid van eiser om zonder 24-uurs professionele zorg te reizen en het risico op suïcide. Verweerder heeft onvoldoende bijzondere omstandigheden meegewogen voor toepassing van de hardheidsclausule.
Voorts stelt de rechtbank vast dat het vasthouden aan het mvv-vereiste leidt tot een onevenredige tijdelijke scheiding van eiser van zijn gezin, hetgeen in strijd is met artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank concludeert dat verweerder geen “fair balance” heeft gevonden tussen de belangen van eiser en de staat.
Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt een voorlopige voorziening getroffen waardoor uitzetting achterwege blijft tot vier weken na de nieuwe beslissing. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens strijd met artikel 8 EVRM en onvoldoende motivering hardheidsclausule.