ECLI:NL:RBSGR:2006:AY4335
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Leijenhorst
- J.P.F. Slijpen
- Tj. van Rij
- Rechtspraak.nl
Recht op zelfstandigenaftrek en ondernemerschap bij bollenteelt ondanks negatieve resultaten
Eiser, een bollenteler die sinds 1975 onder de naam Fa. [X.] & Zn actief is, voerde beroep aan tegen de belastingaanslag 2002 en de verliesverrekeningsbeschikking. De kern van het geschil betrof de vraag of eiser als ondernemer in de zin van artikel 3.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 moet worden aangemerkt en of hij recht heeft op zelfstandigenaftrek. Daarbij was vooral in geschil of redelijkerwijs te verwachten is dat de bollenteelt in de toekomst positieve opbrengsten zal genereren en of eiser in 2002 meer dan 1225 uren aan zijn onderneming heeft besteed.
De rechtbank stelde vast dat eiser aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van zijn bollenkraam in 2003 € 260.119,70 bedroeg, wat een redelijke verwachting van toekomstige positieve opbrengsten rechtvaardigt. De onderneming voldoet aan de criteria van deelname aan het economische verkeer en het beogen van geldelijk voordeel. De rechtbank kwalificeerde de bollenteelt als onderneming in de zin van de Wet. Echter, eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij in 2002 het urencriterium van 1225 uren heeft gehaald. Zowel de aanvankelijk overgelegde urenstaat van 2227 uren als de gewijzigde staat van 1634 uren werden als onaannemelijk hoog beoordeeld.
De rechtbank vernietigde de aanslag en de verliesverrekeningsbeschikking, stelde het verlies uit werk en woning en het ondernemingsverlies voor 2002 vast op € 4.528 en de persoonsgebonden aftrek op € 2.618. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak werd gedaan door drie rechters op 8 mei 2006.
Uitkomst: Eiser wordt als ondernemer erkend met recht op zelfstandigenaftrek, maar voldoet niet aan het urencriterium; aanslag en verliesverrekening worden vernietigd en verlies vastgesteld.