ECLI:NL:RBSGR:2006:AY4900
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over waardebepaling woning en garage als samenstel volgens Wet WOZ
De zaak betreft een geschil over de waardebepaling van een woning en een garage per 1 januari 2003 voor de heffing van onroerende-zaakbelastingen. Eiser betoogt dat woning en garage als één samenstel moeten worden aangemerkt volgens artikel 16 van Pro de Wet WOZ en dat de waarde van de woning te hoog is vastgesteld vanwege overlast van een jongerenopvangplaats en achterstallig onderhoud.
De rechtbank stelt vast dat woning en garage bij eiser in gebruik zijn en naar omstandigheden bij elkaar behoren, onder meer vanwege de ligging, het gebruik en de nutsvoorzieningen. Daarmee vormen zij één onroerende zaak. Dit leidt tot een afbakeningsfout in de eerdere beschikking. De rechtbank vernietigt daarom de aanslagen voor de garage, maar laat de aanslagen voor de woning in stand.
Ten aanzien van de waarde van de woning concludeert de rechtbank dat verweerder onvoldoende heeft aangetoond dat de waarde inclusief garage niet te hoog is vastgesteld, mede omdat de invloed van de jongerenopvangplaats niet voldoende is verdisconteerd. Eiser heeft echter ook onvoldoende onderbouwd dat de waarde €170.424 bedraagt. De rechtbank stelt de waarde daarom vast op €250.000.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover nodig, vermindert de waarde en aanslagen woning en garage conform haar oordeel en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de aanslagen garage en stelt de waarde van de woning vast op €250.000.