ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6218
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen zonder vergoeding
Verzoeker, sinds 1995 in dienst bij verweerder, werd per 31 januari 2006 ontslagen om bedrijfseconomische redenen na toestemming van het CWI. Verzoeker verzoekt de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met vergoeding op grond van een verandering van omstandigheden, waaronder psychische en mentale overbelasting door de situatie veroorzaakt door verweerder.
Verweerder voert aan dat de arbeidsovereenkomst al per 31 januari 2006 eindigt en dat geen sprake is van een dringende reden voor eerdere ontbinding. Tevens betwist verweerder de psychische overbelasting en wijst een vergoeding af wegens gebrek aan financiële ruimte.
De kantonrechter oordeelt dat het doel van verzoeker niet is om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, maar om een vergoeding te verkrijgen. Omdat de arbeidsovereenkomst al binnenkort eindigt en verzoeker geen dringende reden voor onmiddellijke ontbinding heeft aangetoond, wijst de kantonrechter het verzoek af. Verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten.
De uitspraak benadrukt dat artikel 7:685 BW Pro bedoeld is voor situaties waarin onmiddellijke ontbinding noodzakelijk is en dat voor vergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag artikel 7:681 BW Pro gevolgd moet worden. De procedure wordt gezien als oneigenlijk gebruik van ontbindingsverzoek.
Uitkomst: Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst met vergoeding wordt afgewezen; arbeidsovereenkomst eindigt per 31 januari 2006.