ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9293
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen onrechtmatige vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De vreemdeling, met de Algerijnse nationaliteit, was na een periode van strafrechtelijke detentie opnieuw in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze maatregel en stelde vast dat verweerder onvoldoende inspanningen had verricht om de inbewaringstelling na strafrechtelijke detentie te voorkomen, zoals voorgeschreven in de Vreemdelingencirculaire 2000.
Hoewel het beleid een inspanningsverplichting inhoudt en geen garantie biedt dat vreemdelingen niet in bewaring worden gesteld na strafdetentie, oordeelde de rechtbank dat de belangen van de maatregel niet in redelijke verhouding stonden tot het gebrek aan inspanning. De vreemdeling had ruim een jaar in bewaring gezeten voorafgaand aan de strafdetentie, en de nieuwe feiten die verweerder aanvoerde waren niet tijdig onderzocht.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, oordeelde dat de maatregel van bewaring onrechtmatig was vanaf 17 augustus 2006 en beval de opheffing van de maatregel per 21 augustus 2006. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel wordt per 21 augustus 2006 opgeheven.