ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1060
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening bij aanvraag verblijfsvergunning regulier
Verzoekers, allen van Azerbeidzjaanse nationaliteit, dienden op 18 juli 2003 aanvragen in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van schrijnende omstandigheden. Verweerder kwalificeerde deze aanvragen deels als asielaanvragen en wees deze bij besluiten van 11 april 2006 af. Verzoekers stelden beroep in en vroegen tevens een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de brief van verzoekers zowel asielgerelateerde als reguliere schrijnende omstandigheden bevatte, waardoor de aanvraag ook als een verzoek om gebruikmaking van de discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 3.4, derde lid, Vreemdelingenbesluit 2000 moet worden beschouwd. Verweerder heeft nog niet beslist op het reguliere gedeelte van de aanvraag, en verzoekers hebben deze niet ingetrokken.
Op grond van artikel 3.1 Vreemdelingenbesluit 2000 hebben verzoekers rechtmatig verblijf zolang op hun aanvraag nog niet is beslist. Hierdoor ontbreekt het belang bij het verzoek om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek dan ook niet-ontvankelijk en wijst het af.
Uitkomst: De verzoeken om een voorlopige voorziening worden niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoekers rechtmatig verblijf hebben zolang op hun reguliere aanvraag nog niet is beslist.