ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1064
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Verzoek om erkenning van aanvraag door gemachtigde in vreemdelingenrecht afgewezen
Verzoekers, een gezin van Iraakse nationaliteit, lieten zich bijstaan door mevrouw Oomen van Stichting VluchtelingenWerk Zwolle die namens hen een brief (14-1 brief) indiende met het verzoek om gebruik te maken van discretionaire bevoegdheid voor een verblijfsvergunning. Verweerder stelde dat zonder expliciete machtiging de brief niet als aanvraag kon worden aangemerkt en dat hij niet verplicht was om nadere uitleg te vragen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat dit standpunt onjuist was. Uit het cliëntenlogboek van Stichting VluchtelingenWerk bleek dat de brief met medeweten en instemming van verzoekers was geschreven. Verweerder had daarom de mogelijkheid van een aanvraag door een gemachtigde moeten onderzoeken en om een schriftelijke machtiging moeten vragen.
Het bezwaar werd ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit werd vernietigd. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. De verzoeken om een voorlopige voorziening werden afgewezen, en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten. Het hoger beroep staat open voor het hoofdzaakdeel van de uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, terwijl de verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen.