ECLI:NL:RVS:2007:AZ9660
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak voorzieningenrechter inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar verblijfsvergunning
De zaak betreft een hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage, die het bezwaar van vreemdelingen tegen een besluit van de minister ontvankelijk had verklaard en het besluit vernietigde. De vreemdelingen hadden via een brief van een derde partij, zonder dat deze als gemachtigde optrad, een verzoek ingediend voor een verblijfsvergunning. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze brief een aanvraag betrof en dat de minister het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard.
De Raad van State oordeelt dat de brief niet door of namens de vreemdelingen als gemachtigde is verzonden en dat de derde partij geen belanghebbende is bij de reactie daarop. Hierdoor betreft de reactie van de minister geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak van de voorzieningenrechter wordt vernietigd en de beroepen worden ongegrond verklaard.
De Raad van State wijst erop dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden en dat de overige grieven van de minister niet worden besproken. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 26 januari 2007.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, waardoor de beroepen ongegrond worden verklaard.