ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ2503
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging verblijfsvergunning getuige-aangever mensenhandel ondanks beklag door ander
Eiseres, een getuige-aangever in een mensenhandelzaak, had een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met de opsporing en vervolging van mensenhandel. Na het sepot van de verdachte werd haar verzoek tot verlenging van deze vergunning afgewezen omdat zij zelf geen beklag had ingediend tegen het sepotbesluit, terwijl het slachtoffer dat wel had gedaan.
De rechtbank stelde vast dat artikel 3.88 van het Vreemdelingenbesluit 2000 niet zo strikt moet worden uitgelegd dat alleen degene die zelf beklag heeft gedaan recht heeft op verlenging van de verblijfsvergunning. Van belang is dat er beklag is ingediend tegen de beslissing tot niet vervolging, ongeacht door wie. Dit is in lijn met de bedoeling van de wetgever om het verblijf van getuigen te waarborgen zolang dat nodig is voor de bewijsvoering.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor vergoeding van griffierechten.
De uitspraak benadrukt het belang van het beschermen van getuigen in strafzaken en voorkomt dat het verblijf van een cruciale getuige wordt beëindigd enkel omdat zij zelf geen beklag heeft ingediend, terwijl dit wel door een ander is gedaan.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot weigering van verlenging van de verblijfsvergunning en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak.