ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4944
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Ontslag beroepsmilitair wegens wangedrag tijdens uitzending in Bosnië
Verzoeker, een adjudant-onderofficier bij de Koninklijke Marechaussee, werd ontslagen wegens wangedrag tijdens een uitzending in Bosnië. Het incident betrof een ongepaste benadering van een lokale barmedewerkster, gevolgd door een fysieke reactie van verzoeker nadat de barmedewerkster een afwerend gebaar maakte.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het gedrag van verzoeker disproportioneel en niet integer was, en dat dit wangedrag de reputatie van de KMar en de Nederlandse Krijgsmacht schaadde. Ondanks de stressvolle omstandigheden en het feit dat het incident begon als een grap, kon dit het escaleren van de situatie niet rechtvaardigen.
Verzoeker voerde aan dat het ontslag onterecht was en dat eerdere beschuldigingen niet bewezen waren, maar de voorzieningenrechter vond dat verweerder terecht het ontslag had uitgesproken. De ingangsdatum van het ontslag was eveneens correct vastgesteld volgens het AMAR. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het ontslag wegens wangedrag wordt afgewezen.