ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5355
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag militair wegens bezit harddrugs niet onrechtmatig
Eiser, een militair met een tijdelijke aanstelling, werd in de nacht van 31 december 2003 op 1 januari 2004 aangehouden met een zakje wit poeder dat later als cocaïne werd vastgesteld. Na een strafrechtelijke veroordeling tot een boete wegens bezit van harddrugs, werd hij op grond van wangedrag ontslagen door de Staatssecretaris van Defensie.
Eiser voerde aan dat hij erop mocht vertrouwen dat rechtspositionele maatregelen achterwege zouden blijven, mede omdat zijn aanstelling tussentijds was verlengd. De rechtbank oordeelde echter dat dit vertrouwen niet gerechtvaardigd was vanwege het voorbehoud dat bij het huishoudelijk onderzoek was gemaakt en de lopende strafrechtelijke procedure.
De rechtbank stelde vast dat het ontslagbesluit gebaseerd was op voldoende vaststaande feiten en dat het ontslag niet onevenredig was in verhouding tot het wangedrag. Er was geen sprake van schending van het rechtszekerheids- of vertrouwensbeginsel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslag wegens bezit van harddrugs wordt ongegrond verklaard.