ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ6984
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van driejarenbeleid wegens contra-indicatie identiteit
Eiser heeft in 1998 een aanvraag ingediend voor toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Na langdurige procedure heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) deze aanvragen afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid en het bestaan van een contra-indicatie in het kader van het driejarenbeleid.
De kern van het geschil betreft de herkomst van eiser. Een taalanalyse bracht aan het licht dat eiser met hoge waarschijnlijkheid afkomstig is uit het gebied Fuuta Jalloo in Guinee, en niet uit Sierra Leone zoals eiser stelde. Eiser voerde tegenbewijs aan met een contra-expertise, maar de rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige die de taalanalyse bevestigde.
De rechtbank oordeelde dat eiser onjuiste gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit en nationaliteit, wat een contra-indicatie vormt voor het verlenen van een verblijfsvergunning regulier onder het driejarenbeleid. Omdat eiser niet heeft toegegeven en het beleid per 1 januari 2003 is afgeschaft, kan geen relevant tijdsverloop meer worden opgebouwd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de verblijfsvergunning regulier wordt geweigerd wegens het verstrekken van onjuiste gegevens over identiteit en nationaliteit.