ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ8228
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. Ebbeling
- J.M. Vink
- J.A. Booij
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete navordering inkomstenbelasting wegens onvolledige administratie en overschrijding redelijke termijn
Eiser exploiteerde een Chinees-Indisch restaurant en werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998 en een boete wegens vermeende onvolledige administratie en omzetverzwijging. Verweerder stelde dat eiser niet voldeed aan de administratie- en bewaarplicht, waardoor de bewijslast werd omgekeerd en een theoretische winstberekening werd toegepast.
De rechtbank constateerde dat essentiële administratieve gegevens, zoals Z-afslagen van de kassa en debiteurenfacturen, ontbraken, wat de controle bemoeilijkte. De administratie werd als onbetrouwbaar beoordeeld, met name de inkoopadministratie vertoonde grote schommelingen. De door verweerder gehanteerde theoretische winstberekening werd als redelijke schatting aanvaard.
Eiser voerde aan dat hij geen winst had verzwegen en dat de boete onterecht was, maar slaagde er niet in dit overtuigend aan te tonen. De rechtbank oordeelde dat eiser door eerdere waarschuwingen bewust was van de bewaarplicht en dat sprake was van voorwaardelijk opzet. Wel werd de boete met tien procent verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar tegen de boetebeschikking, matigde de boete tot ƒ 3.183, veroordeelde verweerder in de proceskosten en gelastte vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De boete wordt verminderd tot ƒ 3.183 wegens voorwaardelijk opzet en overschrijding redelijke termijn; navorderingsaanslag wordt bevestigd.