ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ9950
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. van Rij
- G.J. van Leijenhorst
- J.J.B. Hulst
- Rechtspraak.nl
Geen compartimentering bij landbouwvrijstelling en waardering woning bij vrijwillige overbrenging naar privé-vermogen
Eiser exploiteerde een agrarisch bedrijf en bracht per 1 januari 2001 zijn woning met ondergrond vrijwillig over naar zijn privé-vermogen. Verweerder stelde de waarde van de woning op 80% van de waarde in vrije staat, terwijl eiser een waardedrukkende invloed van 35% bepleitte.
De rechtbank oordeelde dat de wetswijziging van 27 juni 2000, die de landbouwvrijstelling aanpaste, geen onderscheid maakt tussen waardeveranderingen vóór en na die datum, waarmee de compartimenteringsleer wordt verworpen. Dit volgt uit arresten van de Hoge Raad en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Verder stelde de rechtbank vast dat het besluit van de Staatssecretaris van Financiën dat een waardering op 65% voorschrijft alleen geldt bij overbrenging naar privé-vermogen als gevolg van staking van de onderneming, niet bij vrijwillige overbrenging. Het beroep op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel faalde omdat er geen sprake is van gelijke gevallen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de waardering van de woning op 80% van de waarde in vrije staat.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de waardering van de woning op 80% van de waarde in vrije staat bevestigd.