ECLI:NL:HR:2000:AA6212
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over waardering woonhuis bij overgang ondernemings- naar privévermogen
Belanghebbende, samen met zijn echtgenote, oefent een huisartsenpraktijk uit in maatschapsverband en heeft een woonhuis met praktijkruimte tot het ondernemingsvermogen gerekend. Na verhuizing van de praktijkruimte naar een andere locatie is het woonhuis overgebracht naar het privévermogen tegen 60% van de getaxeerde waarde.
De Inspecteur stelde de waarde van het woonhuis inclusief praktijkruimte op basis van een hogere vrije verkoopwaarde vast, terwijl het Hof de waarde corrigeerde naar de verkoopwaarde in verhuurde staat, rekening houdend met het feit dat de bewoner doorgaans bereid is een hogere prijs te betalen.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht is uitgegaan van de verkoopwaarde in verhuurde staat, maar vernietigt het arrest vanwege het ontbreken van een gemotiveerde uitspraak over een door de Inspecteur gestelde desinvesteringsbetaling. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te ’s-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te ’s-Gravenhage voor verdere behandeling.