ECLI:NL:RBSGR:2006:BA0539
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wijziging verblijfplaats minderjarige en vaststelling omgangsregeling
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek ex artikel 1:253s lid 2 BW betreffende de verblijfplaats en omgangsregeling van een minderjarige die al geruime tijd bij haar grootmoeder woont. De moeder verzocht om vervangende toestemming om de gewone verblijfplaats van de minderjarige bij haar te laten zijn. De Raad voor de Kinderbescherming bracht een rapport uit waarin werd geadviseerd tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bij de grootmoeder, met omgangsregelingen voor moeder en vader.
De rechtbank overwoog dat de hechtingsfase in de eerste vier levensjaren cruciaal is en dat de minderjarige het grootste deel daarvan bij de grootmoeder heeft gewoond. Een overgang naar de moeder achtte de rechtbank op dat moment niet in het belang van het kind. De omgangsregeling werd vastgesteld conform het advies van de Raad, waarbij de moeder de minderjarige eens in de drie weken van vrijdagmiddag tot maandagochtend mag ontmoeten, en de vader een uitgebreide omgang kreeg, inclusief een weekend per drie weken.
De moeder voerde aan dat zij geen slechte opvoeder is en dat de grootmoeder de opvoedingsrol moet loslaten, maar de rechtbank hechtte meer waarde aan het belang van de minderjarige en de stabiliteit die het verblijf bij de grootmoeder biedt. De beschikking werd uitgesproken door kinderrechter Th.G. Lautenbach op 7 februari 2006.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder om de verblijfplaats van de minderjarige te wijzigen wordt afgewezen en een omgangsregeling wordt vastgesteld.