ECLI:NL:RBSGR:2006:BJ6599
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen waardedrukkende invloed van eik in tuin bij WOZ-waardering woning
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per waardepeildatum 1 januari 2003, stellende dat rekening had moeten worden gehouden met de slechte onderhoudstoestand, de ligging aan een drukke verkeersweg en de aanwezigheid van een eik in de tuin die licht wegneemt.
De rechtbank oordeelde dat de verbouwing grotendeels vóór de waardepeildatum had plaatsgevonden, zodat de waarde moest worden bepaald naar de staat op 1 januari 2005. Verweerder had met een taxatieverslag en vergelijkingsobjecten aannemelijk gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De rechtbank achtte het aannemelijk dat de ligging en verschillen met vergelijkingsobjecten voldoende waren meegenomen.
Ten aanzien van de eik in de tuin concludeerde de rechtbank dat deze geen waardedrukkende invloed heeft, mede omdat de boom zich achterin de tuin bevindt en geen kapvergunning was aangevraagd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de uitnodiging voor de zitting tijdig en op juiste wijze was gedaan, ondanks het feit dat eiser zelf niet aanwezig was wegens verblijf in het buitenland. De rechtbank vond geen reden voor heropening van het onderzoek.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard en de waarde van € 610.000 blijft gehandhaafd.