ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ6618
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatigheid voortzetting na zes maanden op detentieboot
Eiser, een Moldavische vreemdeling, verbleef sinds 27 mei 2006 in vreemdelingenbewaring op een detentieboot. Hij voerde aan dat zijn detentie langer dan zes maanden onrechtmatig was omdat geen individueel besluit was genomen dat dit langere verblijf rechtvaardigde, verwijzend naar een civiel vonnis dat langer verblijf op detentieboten in principe verbiedt.
Verweerder stelde dat toetsing na zes maanden had plaatsgevonden en dat eiser onvoldoende meewerkte aan zijn uitzetting, onder meer door weigering een nationaliteitsverklaring in te vullen. De rechtbank overwoog dat klachten over het regime op de detentieboot niet binnen het toetsingskader van de vreemdelingenbewaring vallen en dat het primair op de weg van eiser ligt om mee te werken aan de vaststelling van identiteit en nationaliteit.
De rechtbank constateerde dat eiser inmiddels bijna acht maanden in bewaring was en dat de belangenafweging vanwege de lange duur in zijn voordeel uitviel. Er waren geen criminele antecedenten of andere omstandigheden die een voortzetting rechtvaardigden. De rechtbank oordeelde dat de voortzetting van de bewaring met ingang van 17 januari 2007 niet redelijk was en verklaarde het beroep gegrond.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen vanwege frustratie van het uitzettingsonderzoek door eiser. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van €644. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven met ingang van 17 januari 2007 wegens onrechtmatige voortzetting na zes maanden verblijf op de detentieboot.