ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ6755
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid tot inbewaringstelling onder Vreemdelingenwet 2000 na taakverschuiving ministeries
Eiser werd op 28 december 2006 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogde dat de maatregel onbevoegd was opgelegd omdat de bevoegdheid per 14 december 2006 was overgegaan van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie naar de Minister van Justitie. Verweerder erkende het bevoegdheidsgebrek maar stelde dat dit niet tot schending van belangen leidde en herstel mogelijk was op grond van artikel 6:22 Awb Pro.
De rechtbank overwoog dat een taakverschuiving niet automatisch de bevoegdheid tot het opleggen van bestuursmaatregelen overdraagt zonder wetswijziging. De wet benoemt formeel de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie als bestuursorgaan, die formeel bevoegd blijft zolang de wet niet is aangepast. De rechtbank verwierp de stelling dat de bevoegdheid automatisch was overgegaan en volgde niet de eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Verder werd overwogen dat de maatregel rechtmatig was opgelegd door een ambtenaar met mandaat op grond van het Voorschrift Vreemdelingen 2000. De rechtbank achtte de bewaring gerechtvaardigd gezien de omstandigheden van eiser en de belangenafweging. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.