ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ7332
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens opschorting uitzetting Iraakse asielzoeker na motie De Wit
Eiser, een uitgeprocedeerde asielzoeker uit Bagdad, Irak, werd op 22 december 2006 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. Hij stelde dat uitzetting niet mogelijk was vanwege een kabinetsbesluit naar aanleiding van de motie De Wit, die een opschorting van uitzettingen naar Centraal en Zuid-Irak beoogt.
De rechtbank stelde vast dat eiser tot de categorie behoort waarop deze opschorting van toepassing is en dat de uitzetting daarom niet kan plaatsvinden zolang de kabinetsreactie uitblijft. Hoewel eiser ongewenst is verklaard, sluit de motie noch de kabinetsbrief van 27 december 2006 expliciet deze groep uit van de opschorting.
De rechtbank oordeelde dat voortduring van de bewaring niet langer rechtmatig is, omdat de uitzetting is opgeschort en onvoldoende duidelijk is wanneer deze wordt hervat. Het beroep tegen de bewaring werd gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en verweerder veroordeeld in de proceskosten. Een verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De bewaring van de Iraakse asielzoeker wordt opgeheven vanwege de opschorting van uitzettingen naar Irak na motie De Wit.