ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9471
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Noord-Irak
Eiser, een Iraakse nationaliteit, stelde beroep in tegen het voortduren van zijn bewaring op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. Hij voerde aan dat zicht op uitzetting ontbreekt, mede omdat Irakezen met een EU-document niet worden toegelaten op vluchten naar Irak. Verweerder kon geen afdoende informatie verschaffen over geslaagde uitzettingen naar Noord-Irak met een EU-document.
De rechtbank oordeelde dat het betoog van eiser onvoldoende was weersproken en dat niet langer kan worden gesteld dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat. De motie De Wit en de brief van de Minister van Justitie waren niet van toepassing omdat eiser uit Noord-Irak komt, terwijl de motie betrekking heeft op Centraal- en Zuid-Irak.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring met ingang van heden, wees het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bewaring wordt met onmiddellijke ingang opgeheven.