ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ7578
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en rechtmatigheid oplegging vreemdelingenbewaring
Eiser, van Liberiaanse nationaliteit, werd op 3 januari 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank onderzocht onder meer of de hulpofficier van justitie bevoegd was het besluit te nemen en of er zicht was op uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat ondanks dat het besluit was ondertekend namens de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, de bevoegdheid sinds 14 december 2006 bij de Minister van Justitie lag. De hulpofficier van justitie was bevoegd namens deze minister op te treden. Een onjuiste vermelding van het bestuursorgaan in het besluit werd als een vormverzuim aangemerkt, maar zonder nadeel voor eiser, waardoor dit werd gepasseerd.
Verder werd vastgesteld dat er een redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond en dat de vrijheidsontnemende maatregel op redelijke gronden was genomen. Het feit dat eiser niet werd verdacht van een misdrijf deed hieraan niet af. De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond, terwijl het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de oplegging van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.