ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ7842
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting vreemdelingenbewaring op detentieboot na zes maanden
Eiser verbleef ruim negen maanden in vreemdelingenbewaring op een detentieboot en stelde beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel. De voorzieningenrechter had eerder geoordeeld dat bewaring op detentieboten langer dan zes maanden in beginsel onrechtmatig is, tenzij een toetsbaar besluit wordt genomen bij overschrijding veroorzaakt door gebrek aan medewerking van de vreemdeling.
Verweerder stelde dat eiser onvoldoende meewerkte aan zijn uitzetting en dat de langere bewaring gerechtvaardigd was. Verweerder overhandigde een brief aan vreemdelingen die niet meewerkten, maar kon niet aantonen dat deze brief aan eiser was gegeven. De rechtbank concludeerde dat verweerder niet voldeed aan de voorwaarde van een toetsbaar besluit voor voortzetting van bewaring op de detentieboot na zes maanden.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring op de detentieboot onrechtmatig was en beval binnen drie dagen wijziging van de tenuitvoerlegging naar een andere plaats dan de detentieboot. Tevens kende de rechtbank een schadevergoeding toe van € 875,- voor de onrechtmatige bewaring na 28 december 2006 en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de voortzetting van de vreemdelingenbewaring op de detentieboot onrechtmatig is zonder toetsbaar besluit en beveelt wijziging van de tenuitvoerlegging met toekenning van schadevergoeding.