ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ8257
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffing BPM wegens niet-naleving verhuisboedelvrijstelling is niet in strijd met EG-verdrag
Eiser verhuisde van Luxemburg naar Nederland en bracht zijn aldaar gekochte auto mee, waarvoor hij vrijstelling van BPM kreeg onder de voorwaarde dat de auto twaalf maanden niet mocht worden uitgeleend, verpand, verhuurd of overgedragen. Eiser verkocht de auto binnen die termijn zonder voorafgaande schriftelijke kennisgeving, waarna verweerder een naheffingsaanslag oplegde.
Eiser betoogde dat deze voorwaarde in strijd was met het recht op vrij werknemersverkeer zoals gewaarborgd in artikelen 10 en 39 van het EG-verdrag, omdat het hem belemmerde de auto tijdig te verkopen en daardoor financieel benadeelde. Verweerder stelde dat de voorwaarde niet in strijd was met het EG-recht en dat eiser zijn bezwaren had moeten aanvoeren bij bezwaar tegen de beschikking.
De rechtbank oordeelde dat de voorwaarde geen discriminatie op grond van nationaliteit inhoudt en geen belemmering vormt van het recht op vrij werknemersverkeer. Ook is geen disproportionele beperking vastgesteld. De fiscale regeling is niet onredelijk en leidt niet tot een nadelige behandeling ten opzichte van werknemers die permanent in Nederland verblijven. De rechtbank zag daarom geen reden voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag BPM bevestigd.