ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ8917
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
Eiser, een Chinese nationaliteit bezittende vreemdeling, werd op 31 oktober 2006 in bewaring gesteld. Na eerdere ongegronde beroepen tegen de voortzetting van deze maatregel, stelde eiser opnieuw beroep in tegen de bewaring en verzocht om schadevergoeding. De kern van het geschil betrof het ontbreken van zicht op uitzetting vanwege de geringe medewerking van de Chinese autoriteiten bij het verstrekken van laissez-passer documenten.
De rechtbank constateerde een significante daling in het aantal afgegeven laissez-passer van circa 300 in 2005 naar slechts 37 in 2006, waarvan onduidelijk was wanneer deze waren afgegeven. Verweerder kon deze daling niet adequaat verklaren en leverde onvoldoende bewijs dat er zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestond. Eisers gemachtigde voerde aan dat sinds april 2006 geen laissez-passer meer werden afgegeven, mede door een wisseling van de Chinese consul.
Gezien het ontbreken van zicht op uitzetting en het feit dat eiser het formulier correct had ingevuld, oordeelde de rechtbank dat voortzetting van de bewaring in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000 en niet redelijk was. De maatregel werd met ingang van 16 februari 2007 opgeheven. Tevens werd schadevergoeding toegekend voor twee dagen onrechtmatige bewaring en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De maatregel van bewaring werd opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn en er werd schadevergoeding toegekend.