ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9720
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.T.B. de Vries
- M.A.C. Hofman
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende bewijs 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, diende op 11 september 2003 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze werd bij besluit van 31 mei 2006 afgewezen op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat verweerder aannam dat eiser betrokken was bij ernstige misdrijven gepleegd door Divisie veertien van het Afghaanse leger.
De rechtbank oordeelt dat eiser ondanks zijn ongewenstverklaring belang heeft bij de beoordeling van het beroep tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning, omdat de tegenwerping van artikel 1F eerst in deze procedure beoordeeld moet worden. De rechtbank stelt vast dat eiser werkzaam was bij Divisie veertien, maar dat er onvoldoende feitelijke grondslag is om te concluderen dat hij persoonlijk of wetens deel heeft genomen aan misdrijven.
Verweerder baseerde zijn standpunt op verklaringen van eiser, zijn echtgenote en ambtsberichten, maar de rechtbank vindt deze onvoldoende overtuigend en onverenigbaar met de verklaringen van eiser en zijn ondersteunende documenten. Het besluit is daarom in strijd met het motiveringsvereiste van artikel 3:46 Awb Pro en wordt vernietigd. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd.