ECLI:NL:RBSGR:2007:BA0001
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige
Verzoeker, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning als zelfstandige ondernemer, gericht op het drijven van een shoarmazaak. Deze aanvraag werd op 7 juni 2006 afgewezen, waarna verzoeker een nieuwe aanvraag indiende voor een verblijfsvergunning als mede-vennoot van een kledingatelier. Verweerder wees deze aanvraag eveneens af en dreigde verzoeker uit te zetten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de tweede aanvraag niet als herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 Awb Pro kan worden aangemerkt, omdat de bedrijfsactiviteiten wezenlijk verschillen. Hierdoor dient de aanvraag op eigen merites te worden beoordeeld en kan niet worden volstaan met verwijzing naar de eerdere afwijzing.
Voorts is er gerede twijfel over de juistheid van het door verweerder gehanteerde toetsingskader, mede vanwege nieuwe criteria van de Minister van Economische Zaken die nog niet in de Vreemdelingencirculaire zijn verwerkt. Dit leidt tot een redelijke kans van slagen van het bezwaar van verzoeker.
Gezien de belangenafweging en de spoedeisendheid wordt de uitzetting van verzoeker verboden totdat op het bezwaar is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en wordt het griffierecht aan verzoeker vergoed.
Uitkomst: De uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.