ECLI:NL:RBSGR:2004:AR6203
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Mvv-vereiste vormt nieuwe beperking voor Turkse onderdanen volgens standstill-bepaling
Eiser, een Turkse onderdaan, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, welke werd geweigerd vanwege het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank onderzocht of het mvv-vereiste een nieuwe beperking vormt in de zin van artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst tussen de EEG en Turkije.
De rechtbank stelde vast dat het mvv-vereiste reeds bestond op 1 januari 1973, maar dat de huidige regeling sinds die datum juridisch-technisch en materieel is aangescherpt, waardoor deze minder gunstig is voor Turkse onderdanen. De bestuurspraktijk en rechtspraak van die tijd lieten geen consistente lijn zien waarin het ontbreken van een mvv als afwijzingsgrond werd gehanteerd.
De rechtbank concludeerde dat het mvv-vereiste een nieuwe beperking inhoudt die niet is toegestaan onder de standstill-bepaling. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wegens ontbreken van een mvv wordt vernietigd.