ECLI:NL:RBSGR:2007:BA0126
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling nabestaandenpensioen tussen echtgenote en ex-echtgenote maakt pensioenregeling niet onzuiver
Eiser, die in 1974 na een scheiding hertrouwde, ontvangt sinds 2002 een pensioenuitkering van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Voor het jaar 2004 werd een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen inclusief deze pensioenuitkering.
Eiser stelde dat de wijze waarop het ABP het nabestaandenpensioen verdeelt tussen zijn huidige echtgenote en ex-echtgenote in strijd is met de toen geldende eisen uit de Wet op de loonbelasting 1964, waardoor de pensioenregeling onzuiver zou zijn en de pensioenuitkering onbelast zou moeten blijven. Verweerder heeft dit gemotiveerd weersproken.
De rechtbank oordeelt dat de pensioenregeling op zich voldoet aan de wettelijke eisen en dat de verdeling van het nabestaandenpensioen door de pensioenuitvoerder tussen de rechthebbenden de regeling niet onzuiver maakt. Ook acht de rechtbank het gebruikelijk en toegestaan dat pensioenrechten ten behoeve van gewezen echtgenoten werden opgebouwd onder het oude pensioenregime.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 31 januari 2007 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting blijft in stand.