ECLI:NL:RBSGR:2007:BA0219
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.I.H. Fockens
- M.J. Diemer
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewenstverklaring en intrekking verblijfsvergunning wegens gevaar voor nationale veiligheid
Eiser, sinds 1998 in Nederland met een verblijfsvergunning voor gezinshereniging, is ongewenst verklaard en zijn verblijfsvergunning ingetrokken wegens een gevaar voor de nationale veiligheid. Dit besluit is gebaseerd op een individueel ambtsbericht van de AIVD waarin eiser een centrale rol wordt toegeschreven in een terroristisch netwerk, de Hofstadgroep.
De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat het ambtsbericht zonder nader onderzoek niet als grondslag mocht dienen, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit vernietigd en bevestigd dat het ambtsbericht voldoende objectief en inzichtelijk is. De rechtbank volgt dit oordeel en wijst de beroepsgronden van eiser af.
De rechtbank oordeelt verder dat de procedure voldoet aan het beginsel van adversarial proceedings, mede doordat de rechtbank de achterliggende stukken heeft ingezien. De belangenafweging tussen nationale veiligheid en het recht op gezinsleven wordt als zorgvuldig en proportioneel beoordeeld, waarbij het belang van nationale veiligheid zwaarder weegt.
Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang, aangezien de ongewenstverklaring voortduurt. Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Beroep tegen intrekking verblijfsvergunning niet-ontvankelijk, beroep tegen ongewenstverklaring ongegrond verklaard.