ECLI:NL:RVS:2006:AY3839
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gevaar nationale veiligheid door AIVD en weigering inzage ambtsbericht
De minister heeft de verblijfsvergunning van de vreemdeling ingetrokken en hem ongewenst verklaard vanwege een gevaar voor de nationale veiligheid, gebaseerd op een ambtsbericht van de AIVD. De rechtbank stelde de vreemdeling in het gelijk en vernietigde de besluiten, omdat het ambtsbericht onvoldoende concreet en inzichtelijk was zonder inzage in de onderliggende bronnen.
De minister ging in hoger beroep bij de Raad van State, stellende dat het ambtsbericht voldoende duidelijk was en dat inzage in de bronnen vanwege vertrouwelijkheid achterwege mocht blijven. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het ambtsbericht onvoldoende concreet was, en dat de minister het ambtsbericht mocht gebruiken zonder inzage in de onderliggende stukken.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor nieuwe behandeling, waarbij de rechtbank ook moet beslissen over de proceskosten. De minister mocht het ambtsbericht als grondslag gebruiken, ondanks de vertrouwelijkheid van de bronnen, en de enkele ontkenning van de vreemdeling bood geen concreet aanknopingspunt voor twijfel aan het ambtsbericht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.