ECLI:NL:RBSGR:2007:BA0281
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag bij twee werkgevers
Eiser werd op 4 november 2005 werkloos na beëindiging van een kort dienstverband bij een uitzendbureau, direct volgend op een ontslag bij een eerdere werkgever. De rechtbank overweegt dat bij de beoordeling van verwijtbare werkloosheid ook de omstandigheden van het eerdere ontslag betrokken mogen worden. Eiser heeft het ontslag bij zijn eerste werkgever niet aangevochten, terwijl dit redelijkerwijs van hem werd verwacht. Daarnaast heeft eiser het ontslag bij het uitzendbureau te wijten aan zijn niet verschijnen op het werk zonder aannemelijk gemaakte ziekte.
De rechtbank oordeelt dat eiser verwijtbaar werkloos is omdat hij zijn ontslag niet heeft bestreden en niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij ziek was op de dag van het niet verschijnen. Het ontbreken van een ziekmelding en het feit dat het uitzendbureau een Turks bedrijf is, terwijl eiser Turks spreekt, maken zijn verklaring niet geloofwaardig. Verweerder was daardoor terecht gehouden de WW-uitkering blijvend geheel te weigeren op grond van artikel 27, eerste lid, van de WW.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard. Er zijn geen dringende redenen of omstandigheden die het niet nakomen van de verplichting tot voorkomen van verwijtbare werkloosheid in overwegende mate zouden kunnen rechtvaardigen. De rechtbank wijst ook een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WW-uitkering wordt blijvend geheel geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.