ECLI:NL:RBSGR:2007:BA0848
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. van Es-de Vries
- A.B.M. Hent
- E.H.M. Druijf
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel en regulier wegens onvoldoende persoonlijke gronden en categoriale bescherming Irak
Eiser, een Iraakse minderjarige, verzocht om een verblijfsvergunning asiel en regulier. Zijn verzoek werd afgewezen door verweerder op grond van het ontbreken van voldoende persoonlijke gronden die een verblijfsvergunning rechtvaardigen. Eiser stelde dat zijn situatie, mede door de gewelddadige dood van zijn vader en de moeilijke omstandigheden van zijn moeder, hem recht gaf op bescherming.
De rechtbank overwoog dat de algemene situatie in Irak niet zodanig is veranderd dat een categoriale beschermingsregeling opnieuw van toepassing zou zijn. Tevens werd vastgesteld dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk een reëel risico loopt op vervolging of onmenselijke behandeling bij terugkeer. De aanwezigheid van een meerderjarige zus in Irak werd gezien als voldoende opvangmogelijkheid, ondanks dat eiser haar sinds 2004 niet heeft gezien.
Daarnaast kon eiser geen beroep doen op bepalingen uit de Definitierichtlijn omdat de implementatietermijn nog niet was verstreken ten tijde van het bestreden besluit. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het af zonder kostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel en regulier wordt ongegrond verklaard.