ECLI:NL:RBSGR:2007:BA1752
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens twijfel aan Griekse asielprocedure
Verzoeker, een Iraakse asielzoeker, diende op 3 oktober 2006 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Deze werd op 13 november 2006 afgewezen omdat Griekenland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van het verzoek. Verzoeker stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting naar Griekenland te voorkomen totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van jurisprudentie en de omstandigheden rondom de Griekse asielprocedure niet kan worden uitgesloten dat het beroep een redelijke kans van slagen heeft. Verzoeker vreesde een schending van artikel 3 EVRM Pro door mishandeling en onmenselijke behandeling in Griekenland. Ondanks dat Griekenland partij is bij relevante mensenrechtenverdragen, zijn er voldoende punten van zorg.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waarbij verweerder werd gelast de uitzetting achterwege te laten. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van verzoeker. De uitspraak benadrukt het belang van bescherming tegen mogelijke schendingen van fundamentele rechten in het kader van Dublinclaims.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting naar Griekenland wordt verboden totdat op het beroep is beslist.