ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3163
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens schending procedure artikel 3 EVRM
Eiser, een Afghaanse asielzoeker en voormalig militair, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze af op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat eiser betrokken zou zijn bij misdrijven tegen de menselijkheid. De minister baseerde zich daarbij op individuele ambtsberichten die betrekking hadden op andere asielzoekers, welke volgens de rechtbank als bewijs mochten worden gebruikt.
Eiser voerde aan dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door niet eerst inhoudelijk te toetsen aan artikel 3 EVRM Pro en dat hij geen mogelijkheid had gekregen om op dit punt te reageren. De rechtbank oordeelde dat verweerder na de zienswijze een nieuw voornemen had moeten uitbrengen over de beoordeling van het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij uitzetting.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de individuele ambtsberichten terecht als bewijs gebruikte en dat eiser deze niet gemotiveerd had bestreden. Wel werd geoordeeld dat het ontbreken van een nieuw voornemen over artikel 3 EVRM Pro een schending van de goede procesorde betekende. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw voornemen en besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens schending van de procedure rond artikel 3 EVRM.