ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3543
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over afgeleide asielstatus en nareiscriterium bij langdurige vermissing gezinsleden
De zaak betreft een beroep tegen de afwijzing van aanvragen voor machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) van twee kinderen van een vluchteling uit Uganda, die in Nederland een verblijfsvergunning asiel heeft. De minister wees de aanvragen af omdat niet binnen drie maanden na verlening van de verblijfsvergunning door de vader om nareis was verzocht, en omdat niet aan het middelenvereiste werd voldaan.
De kinderen waren jarenlang vermist en pas in 2005 door het Rode Kruis getraceerd. De vader startte direct na de vondst de procedure voor nareis. Eisers voerden aan dat de drie maanden termijn analoog toegepast moest worden gerekend vanaf de datum van tracering, gezien de bijzondere omstandigheden. Subsidiair stelden zij dat artikel 8 EVRM Pro toelating noopt.
De rechtbank concludeerde dat de analogieredenering aansluit bij doel en ratio van artikel 29 Vw Pro 2000 en internationale instrumenten over gezinshereniging. De langdurige vermissing en het leed maken de zaak klemmend, waardoor de analogie zich opdringt. De minister had onvoldoende gemotiveerd afgezien van deze redenering en ook de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro was ontoereikend. Het besluit is daarom vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; de minister moet een nieuw besluit nemen.