ECLI:NL:RVS:2007:BB1370
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijke uitleg nareiscriterium in vreemdelingenrechtelijke mvv-procedure
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Buitenlandse Zaken tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het besluit van de minister om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te weigeren vernietigde. De vreemdelingen hadden een aanvraag gedaan om een mvv te verkrijgen met het oog op gezinshereniging, maar de minister wees deze af omdat de aanvraag niet binnen de wettelijke termijn van drie maanden was ingediend en het nareiscriterium niet was vervuld.
De rechtbank had geoordeeld dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met bijzondere omstandigheden, zoals de langdurige vermissing van de gezinsleden in Uganda en de moeilijkheden bij het traceren van deze familieleden. De rechtbank baseerde zich daarbij op wetsgeschiedenis en internationale instrumenten en vond dat de uitleg van het nareiscriterium door de minister te strikt was.
De Raad van State oordeelt echter dat de minister, in navolging van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie en de Vreemdelingencirculaire 2000, een redelijke uitleg geeft aan de term "is nagereisd" in artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De Raad stelt dat de barrières om te kunnen nareizen, zoals het traceren van achtergebleven gezinsleden, tijdens het wetgevingsdebat zijn besproken en dat de rechtbank ten onrechte internationale instrumenten aanhaalde die niet tot de door haar voorgestane uitleg nopen.
Verder overweegt de Raad dat het belang van het algemene toelatingsbeleid en het middelenvereiste in het Vreemdelingenbesluit 2000 zwaarder wegen dan de door de vreemdelingen aangevoerde bijzondere omstandigheden. De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdelingen ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen tegen het besluit van de minister wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.