ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4267
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart bezwaar tegen niet-ontvankelijkheid 14-1 brief gegrond en vernietigt besluit
Eiseres, een Armeense vreemdeling, diende beroep in tegen een besluit van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie waarin haar bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard omdat een brief (14-1 brief) van een medewerker van Vluchtelingenwerk niet als een aanvraag werd gezien. De medewerker had de brief 'ten behoeve van' eiseres gestuurd, maar niet 'namens' haar. Verweerder stelde dat zonder expliciete machtiging de brief geen aanvraag was.
De rechtbank oordeelde dat de letterlijke bewoordingen niet doorslaggevend zijn, maar dat ook de betekenis die partijen redelijkerwijs aan de bewoordingen mochten toekennen van belang is. Verweerder had de medewerker als gemachtigde beschouwd, met hem gecorrespondeerd en het besluit aan hem toegezonden zonder om een machtiging te vragen. De rechtbank stelde dat verweerder niet kan tegenwerpen dat geen machtiging is overgelegd.
Daarom werd de brief aangemerkt als een aanvraag namens eiseres, en het besluit dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde werd vernietigd. Tevens werd de uitzetting van eiseres tijdelijk verboden totdat een nieuw besluit is genomen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en de griffierechten werden vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar is terecht gegrond verklaard, het besluit vernietigd en eiseres mag niet worden uitgezet totdat een nieuw besluit is genomen.