ECLI:NL:RBSGR:2007:BA5932
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige oplegging vrijheidsontnemende maatregel wegens ontbreken rechtsbijstand bij artikel 59-gehoor
Eiser werd op 6 mei 2007 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij vorderde beroep tegen de oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel en het ontbreken van een advocaat tijdens het artikel 59-gehoor. De rechtbank oordeelde dat de melding aan de piketcentrale na sluitingstijd had plaatsgevonden, waardoor het gehoor na inbewaringstelling mocht plaatsvinden, mits twee uur werd gewacht na opening piketcentrale.
Uit het dossier en de zitting bleek dat niet voldoende inspanningen waren verricht om rechtsbijstand te realiseren en dat er geen reden was om niet te wachten tot twee uur na opening piketcentrale. De belangen die met de inbewaringstelling gediend werden, stonden niet in redelijke verhouding tot het gebrek en de geschonden belangen van eiser. De rechtbank stelde vast dat eiser belang had bij rechtsbijstand op het moment dat hij er recht op had en dat het ontbreken daarvan de maatregel onrechtmatig maakte.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval opheffing van de bewaring per 23 mei 2007 en veroordeelde de Staat tot schadevergoeding van €1265,-- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werden proceskosten van €644,-- aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend wegens het ontbreken van rechtsbijstand bij het artikel 59-gehoor.