ECLI:NL:RVS:2007:BA3690
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting China
De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld en stelde beroep in tegen deze maatregel. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe, mede vanwege het ontbreken van voldoende aannemelijkheid dat de Chinese autoriteiten een reisdocument zouden afgeven.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had onderkend dat het lage percentage afgifte van reisdocumenten door de Chinese autoriteiten niet automatisch betekent dat zij niet bereid zijn een reisdocument te verstrekken indien de vreemdeling volledige en juiste informatie verstrekt en het onderzoek niet frustreert.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er was volgens de Raad van State geen reden om aan te nemen dat het onderzoek door de Chinese autoriteiten niet binnen een redelijke termijn tot afgifte van een reisdocument zou leiden. Ook werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.