ECLI:NL:RBSGR:2007:BA6228
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om verklaring op grond van artikel 3.34b Vreemdelingenbesluit als aanvraag in zin van Awb
Eiseres verzocht op 8 juni 2005 verweerder om een verklaring als bedoeld in artikel 3.34b, eerste lid, onder c van het Voorschrift Vreemdelingen 2000, gericht op het verkrijgen van vrijstelling van leges bij haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Verweerder stelde dat dit verzoek geen aanvraag in de zin van artikel 1:3 Awb Pro was en wees eiseres ten onrechte naar de algemene procedure voor verblijfsvergunningen.
De rechtbank overwoog dat het verzoek van eiseres aan alle voorwaarden van artikel 1:3 Awb Pro voldoet, omdat het gericht is op een besluit met publiekrechtelijke rechtshandeling en een concreet rechtsgevolg beoogt. Het besluit van 28 februari 2007, waarin verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaarde, werd vernietigd. Tevens werd overwogen dat het gebrek in de ondertekening van het besluit niet tot schending van belangen van eiseres leidde en daarom kon worden gepasseerd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Verweerder werd opgedragen binnen vier weken alsnog te beslissen op het verzoek van 8 juni 2005. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en de Staat der Nederlanden werd aangewezen om het door eiseres betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van 28 februari 2007 is vernietigd en verweerder is opgedragen binnen vier weken te beslissen op het verzoek van 8 juni 2005.