ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8518
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Arbeidsrechtelijke geschil over voortzetting oproepovereenkomst en loonbetaling
De zaak betreft een arbeidsrechtelijk geschil tussen een werknemer en haar werkgever in de horecasector over de voortzetting van een oproepovereenkomst en de vraag of een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd rechtsgeldig is geëindigd. De werknemer werkte sinds 2001 op oproepbasis, met onderbreking vanwege een opleiding tussen september 2003 en mei 2004. In 2005 en 2006 werkte zij met wisselende uren en tekende zij in februari 2006 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.
De kern van het geschil is of de arbeidsrelatie in de periode september 2003 tot mei 2004 meer dan drie maanden is onderbroken, wat bepalend is voor de toepassing van de Ragetlie-regel en de rechtsgeldigheid van het beëindigen van de arbeidsovereenkomst per 30 april 2006. De kantonrechter gaat uit van het weerlegbare rechtsvermoeden dat sprake is van een doorlopende arbeidsrelatie, tenzij de werkgever tegenbewijs levert.
Daarnaast vordert de werknemer betaling van achterstallig loon, vakantietoeslag en wettelijke verhogingen. De werkgever stelt dat vanwege omzetdaling en verbouwingswerkzaamheden het dienstverband niet kon worden voortgezet. De kantonrechter wijst partijen toe bewijs te leveren over de onderbreking en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: De kantonrechter houdt verdere beslissing aan en geeft de werkgever gelegenheid tegenbewijs te leveren over de onderbreking van de arbeidsrelatie.