ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8602
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J.B. Cornelissen
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd en rechtmatig verblijf tijdens beroepsprocedure
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, kreeg op 4 januari 2006 zijn verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken door verweerder. Eiser stelde hiertegen op 31 januari 2006 beroep in. Gedurende de beroepsprocedure heeft eiser rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder d, Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), omdat de werking van het intrekkingsbesluit opgeschort is volgens artikel 82, eerste lid, Vw 2000.
Verweerder had echter het standpunt ingenomen dat eiser alleen recht had op een W-document en niet langer op de oorspronkelijke verblijfsvergunning. De rechtbank oordeelde dat dit onjuist was, omdat de opschorting van het intrekkingsbesluit betekent dat eiser rechtmatig verblijf behoudt en daarom recht heeft op een verblijfsdocument dat dit recht aantoont.
De rechtbank vernietigde het besluit van 7 december 2006 waarin het bezwaar van eiser tegen de intrekking ongegrond werd verklaard. Tevens werd verweerder opgedragen binnen één week na uitspraak het verblijfsdocument conform artikel 3.1, eerste lid, aanhef en onder d, Voorschrift Vreemdelingen 2000 te verstrekken. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en de Staat der Nederlanden werd aangewezen als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.
Tenslotte is de uitspraak gedaan door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2007.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en beveelt de verstrekking van een verblijfsdocument dat het rechtmatig verblijf aantoont.